Next IconCategorie: WordNext IconRubriek: TipNext IconVersie: 2010 eh. Next IconAuteur: Frits Egmond

Werkstuk maken in Word

Word-sjabloon voor werkstuk - vanaf groep 5

Op de basisschool moet je vanaf groep 5 een werkstuk maken. Je krijgt vast een instructie van de juf of de meester hoe dat moet. Ook op het Internet vind je verschillende pagina’s met uitleg. Zoek maar met de trefwoorden hoe werkstuk maken groep 5 en 6. Je leest dat een werkstuk een vaste opbouw heeft: titelpagina, voorwoord, inhoudsopgave en hoofdstukken. Voor het schrijven gebruik je Word, wat je misschien moeilijk vindt. Om je daarbij te helpen heb ik een Word-sjabloon gemaakt met de indeling van een werkstuk. In een sjabloon staan alle onderdelen al voor je klaar. Jij kunt je zo concentreren op de tekst van je onderwerp.

Hieronder vind je een link om het document te downloaden. Het is geschikt voor Word 2010 en nieuwere versies. Ook vind je een paar tips die je helpen bij het werken met Word.

(DOCX-bestand - 39 Kb)

De tekst is bedoeld voor naslag. Per onderdeel van het sjabloon vind je een onderwerp. Heb je een vraag over een onderdeel, dan lees je de tekst over het onderwerp door.

Onderwerpen:
Opslaan van het bestand
Voorkant of titelpagina
Afbeeldingen
Afbeelding op titelpagina
Afbeelding in de tekst
Afbeelding groter of kleiner maken
Afbeelding verplaatsen op pagina
Inleiding of voorwoord
Inhoudsopgave
Hoofdstuk
Paragraaf
Standaard of standaardtekst
Slot of nawoord
Bronvermelding of literatuurlijst
Rasterlijnen van een tabel tonen
Rij toevoegen aan tabel
Rij verwijderen uit tabel
Tabel verwijderen
Lettertype veranderen = stijl wijzigen
Navigatievenster = documentoverzicht
(Notitie van de schrijver)

Opslaan van het bestand

Na het downloaden en openen van het Word-document verschijnt er waarschijnlijk bovenin Word een gele balk met een waarschuwing. Mijn sjabloon bevat geen virus of macro. Klik op Bewerken inschakelen om met het document te kunnen werken.

Na het downloaden en openen van het Word-document sla je het meteen op. Geef het een duidelijke naam, met daarin je groep, jouw naam en het onderwerp van het werkstuk. Als je bijvoorbeeld in groep 6 zit, je heet Joost Egmond en je werkstuk gaat over konijnen, dan is de bestandsnaam Groep 6 – Joost Egmond – Konijnen.



Je doet op deze manier straks je juf of meester een plezier. Alle kinderen uit je groep leveren straks hun werkstuk in. Aan de bestandsnaam is dan te zien van wie het werkstuk is en wat het onderwerp is.

Voorkant of titelpagina

Na het openen van het document staat de cursor op de titelpagina. Hier vind je vier plaatshouders en een kader voor een afbeelding.
  1. Klik op de aanwijzing Typ titel van het werkstuk.
  2. Typ de titel van het werkstuk, bijvoorbeeld Een konijn als huisdier.
  3. Je ziet, dat als je typt de aanwijzing verdwijnt.



Onderaan de pagina vind je nog drie plaatshouders. Op een titelpagina schrijf je namelijk altijd je naam, je groep en de datum.


  1. Typ jouw gegevens in de plaatshouders.
Als je nu naar een volgende pagina gaat, dan zie je in de koptekst de titel van het werkstuk en je naam. In de voettekst, dus onderaan elke pagina, zie je de datum. Word neemt de gegevens van de titelpagina automatisch over. In de voettekst staat rechtsonder een paginanummer. Ook daar zorgt Word voor.


Afbeeldingen

Afbeelding op titelpagina
Op de titelpagina staat een kader voor een afbeelding.
  1. Je kunt op een Internetpagina een afbeelding kopiëren (toetscombinatie [Ctrl]+[C]) en dan de afbeelding in het kader plakken (toetscombinatie [Ctrl]+[V]). Het voordeel van het kader is dat de afbeelding nooit breder wordt dan de bladzijde.
  2. Maar het kan ook zijn dat je op je computer een mooie foto hebt staan. Dan klik je in het midden van het kader. Windows toont nu de Verkenner en je kunt in de Verkenner je foto selecteren. Klik tenslotte op Openen om de foto in het kader te plaatsen.

Afbeelding in een hoofdstuk
In het werkstuk voeg je afbeeldingen in de tekst in. Een afbeelding voegt iets aan de tekst toe. Soms zegt een plaatje zelfs meer dan duizend woorden. Kleine afbeeldingen, grotere afbeeldingen en heel grote afbeeldingen. Plak je een afbeelding van het Internet in de je document, dan verschuift meestal de tekst zoals je niet wilt, of de afbeelding staat niet op de juiste plaats. Je kunt ook hier beter met een kader werken.



Op de laatste pagina van het sjabloon vind je een kader voor afbeeldingen. Gebruik dat kader elke keer als je een plaatje in de tekst wilt hebben.
  1. Ga naar de laatste pagina. Dat gaat makkelijk met de toetscombinatie [Ctrl]+[End].
  2. Selecteer en kopieer het kader.
  3. Ga terug naar de plek in je werkstuk waar je de afbeelding wilt plaatsen. Meestal gaat dat het snelste met de toetscombinatie [Shift]+[F5]. Die brengt je terug naar de vorige plek in het document.
  4. Plak het kader op de juiste plek in het hoofdstuk.
Met het kader op de juiste plaats doe je dan hetzelfde als hiervoor bij Afbeelding op titelpagina. Plak een afbeelding in het kader of selecteer een foto op je computer.

Afbeelding groter of kleiner maken, verplaatsen op de pagina
Het kader met de afbeelding kun je groter of kleiner maken. Als je op het kader klikt, dan verschijnen er aan de rand acht grepen. Je kunt alleen de vier grepen op de hoeken gebruiken, anders krijgt de afbeelding een andere vorm. Klik op een greep en maak door slepen het plaatje groter of kleiner.

Standaard staat het kader aan de linkerkant van de pagina. Met de knoppen in het lint, in de groep Alinea, kun je de afbeelding in het midden of aan de rechterkant van de pagina plaatsen.


Inleiding of voorwoord

Na de titelpagina komt het voorwoord. In het document staat een aanwijzing wat een voorwoord is en wat je hier moet opschrijven. Als je begin met typen verdwijnt de aanwijzing.


Inhoudsopgave

De inhoudsgave geeft een overzicht van de hoofdstukken en paragrafen in het werkstuk. In de inhoudsopgave ziet de lezer op welke bladzijde een hoofdstuk of paragraaf begint. Word stelt het overzicht automatisch samen uit de koppen in het document. De inhoudsopgave moet je handmatig bijwerken. Dan kloppen de teksten en de paginanummers weer.
  1. Klik op de rechtermuisknop.
  2. Kies de optie Veld bijwerken.
  3. Kies de optie In zijn geheel bijwerken.




Belangrijk: Word stelt de inhoudsopgave voor je samen.
Typ dus nooit zelf iets op deze pagina!

Als je doorhebt hoe het werkt, verwijder dan de aanwijzing die onder de inhoudsopgave staat.
  1. Selecteer de aanwijzing.
  2. Druk op je toetsenbord op de toets [Delete].

Hoofdstuk

Over het onderwerp waarover je schrijft moet je zoveel kunnen vertellen, dat je het onderwerp in verschillende delen opsplitst. Elk deel is een hoofdstuk, een samenhangend onderdeel van het onderwerp. Gaat je werkstuk over konijnen, dan schrijf je in een hoofdstuk over de verzorging van een konijn en in een ander hoofdstuk over de verschillende soorten konijnen, of hoe ze zich voortplanten.

In het document staan al twee hoofdstukken. Vervang de standaardtekst Hoofdstuk door de tekst van jouw hoofdstuk, bijvoorbeeld Verzorging en voeding.

Maar je kunt zelf ook een oneindig aantal hoofdstukken toevoegen.
  1. Plaats de cursor in de tekst waar een nieuw hoofdstuk moet beginnen.
  2. Typ de tekst van het hoofdstuk, bijvoorbeeld Konijnenrassen.
  3. Klik in het lint in de groep Start op de stijl Kop 1, de hoofdstukstijl. Je ziet de opmaak van de tekst direct veranderen en aan het hoofdstuk geeft Word automatisch het juiste nummer. Als je nu de inhoudsopgave bijwerkt, dan verschijnt het hoofdstuk in de inhoudsopgave.


Paragraaf

Als je de inhoud van een hoofdstuk weer kunt opsplitsen, dan gebruik je een paragraaf. De tekst in een paragraaf beschrijft een onderdeel van het hoofdstuk. Gaat je werkstuk over konijnen en een hoofdstuk over verzorging en voeding, dan schrijft je in een paragraaf over de verzorging en in een andere paragraaf over de voeding.

In het document staat in elk hoofdstuk al een paragraaf. Vervang de standaardtekst Paragraaf door de tekst van jouw paragraaf, bijvoorbeeld Verzorging.

Je kunt zelf een oneindig aantal paragrafen toevoegen.
  1. Plaats de cursor waar een nieuwe paragraaf moet beginnen.
  2. Typ de tekst van de paragraaf, bijvoorbeeld De Vlaamse reus.
  3. Klik in het lint in de groep Start op de stijl Kop 2, de paragraafstijl. Je ziet de opmaak van de tekst direct veranderen en aan de paragraaf geeft Word automatisch het juiste nummer. Als je nu de inhoudsopgave bijwerkt, dan verschijnt de paragraaf in de inhoudsopgave.
Je kunt van een paragraaf een hoofdstuk maken en van een hoofdstuk een paragraaf door in het lint op de juiste stijl te klikken.

Standaard of standaardtekst

Is er een tekst waar je onbedoeld een hoofdstuk of een paragraaf van gemaakt hebt, verander de stijl van de tekst dan in Standaard.
  1. Plaats de cursor in de tekst die weer normale tekst moet worden.
  2. Klik in het lint in de groep Start op de stijl Standaard. Je ziet de opmaak van de tekst direct veranderen. Als je nu de inhoudsopgave bijwerkt, dan verschijnt het hoofdstuk of de paragraaf niet (meer) in de inhoudsopgave.

Slot of nawoord

Aan het einde van het werkstuk komt het nawoord. In het document staat een aanwijzing wat een nawoord is en wat je hier moet opschrijven. Als je begin met typen verdwijnt de aanwijzing.

Niet in elk werkstuk is een nawoord verplicht. Verwijder dan het hoofdstuk.
  1. Selecteer Nawoord en de aanwijzing.
  2. Druk op je toetsenbord op de toets [Delete].

Bronvermelding of literatuurlijst

Je verzamelt voor je werkstuk informatie uit boeken, van het Internet of uit andere bronnen. Je moet in je werkstuk opnemen waar je informatie vandaan komt. Doe dat meteen als je het boek gebruikt of de Internetpagina bezoekt. Besluit je later om de informatie toch niet te gebruiken, dan verwijder je de gegevens weer. Achteraf terugzoeken waar de informatie vandaan kwam lukt bijna nooit. Bij gebruik meteen in de literatuurlijst opnemen dus.

Als je iets van het Internet kopieert en in de tekst plakt, denk eraan om Plakken speciaal te gebruiken. Met Plakken speciaal past de tekst zich aan jouw document aan.



De literatuurlijst is opgebouwd uit drie tabellen. Een voor boeken, een voor Internetpagina’s en een voor andere bronnen. Als je een boek gebruikt schrijf je titel van het boek op en de naam van de schrijver. Van een Internetpagina schrijf je de titel op en het adres dat je uit de browser kopieert. En andere bronnen beschrijf je zo goed mogelijk.



Rasterlijnen in het document geven de randen aan van de tabel en van de cellen, de vakjes in een tabel. Het zijn hulplijnen, ze worden niet afgedrukt. Zie jij geen rasterlijnen, maak ze dan zichtbaar.
  1. Plaats de cursor in een tabel. Het maakt niet uit in welke tabel.
  2. Ga in het lint naar het tabblad Indeling.
  3. Klik in de eerste groep Tabel op de optie Rasterlijnen weergeven.


Als een tabel in Word ‘vol’ is, ga dan in de laatste cel van de tabel staan en druk op de toets [Tab]. Er komt dan een rij bij.


Rij toevoegen aan een tabel


Rij verwijderen uit een tabel
  1. Plaats de aanwijzer, de pijl, links van de tabel in de kantlijn.
  2. Klik op de rechtermuisknop.
  3. Kies in het menu dat verschijnt voor Rijen verwijderen.

Tabel verwijderen

Als je bijvoorbeeld geen andere bronnen hebt gebruikt, dan wil je die tabel verwijderen. Let dan op het kruisje linksbovenaan de tabel.
  1. Plaats de aanwijzer, de pijl, boven het kruisje linksbovenaan de tabel.
  2. Klik op de rechtermuisknop.
  3. Kies in het menu dat verschijnt voor Tabel verwijderen.

Lettertype veranderen = stijl wijzigen

Voor rapporten en verslagen zijn de lettertypes Arial, Calibri, Tahoma en Verdana heel geschikt. Een tekst in dit lettertype leest makkelijk omdat de letters geen bijzondere vormen hebben. De lettergrootte wordt uitgedrukt in punten. De lettergrootte in verslagen is meestal 10, 11 of 12 punten.

In Word zijn het lettertype en de lettergrootte onderdeel van een stijl. Een stijl bevat bijvoorbeeld ook de kleur van het lettertype en de afstand tussen de letters. Wil je een ander lettertype, dan moet je de stijl Standaard wijzigen.
  1. Plaats de cursor ergens in een tekst. Dus niet in een hoofdstuk- of paragraafkop of in de inhoudsopgave.
  2. Ga in het lint op het tabblad Start en naar de groep Stijlen, en klik rechtsonderin op het kleine vierkantje. Het venster Stijlen verschijnt. De stijl Standaard is geselecteerd.



  3. Houd de aanwijzer boven de stijl Standaard en klik op de rechtermuisknop.



  4. Selecteer Wijzigen. Het dialoogvenster Stijl wijzigen verschijnt op het scherm.



  5. Open de keuzelijst onder Opmaak en selecteer het nieuwe lettertype. Bijvoorbeeld Comic Sans MS.
  6. Klik onderin het venster op OK. Je bent terug in de tekst en als je door je werkstuk bladert, dan zie je dat overal het nieuwe lettertype gebruikt wordt.

Navigatievenster = documentoverzicht

In een werkstuk blader je vaak voor- en achteruit door de tekst. Het vinden van het juiste hoofdstuk of de juiste paragraaf wordt moeilijker als de tekst langer wordt. Met het Navigatievenster gaat dat makkelijker. Het navigatievenster toont de titels van de hoofdstukken en paragrafen en als je op een titel klikt plaatst Word dat deel op het scherm.
  1. Klik op het tabblad Beeld de optie Navigatievenster aan. Aan de linkerkant van het scherm verschijnt het venster.
  2. Klik op de naam van een hoofdstuk of van een paragraaf. Word plaatst het begin van geselecteerde deel op het scherm.



(Notitie van de schrijver)

Ik heb het Word-sjabloon met deze beschrijving gemaakt omdat werken met Word iets anders is dan werken met een schrijfmachine. Een opdracht geven om een werkstuk te maken zonder uitleg hoe Word werkt zijn twee opdrachten tegelijk. Een leerling moet dan leren een werkstuk te maken én hij of zij moet leren hoe Word werkt. Naar mijn idee moet je dat niet tegelijk willen. Een leerling kan zo een hekel krijgen aan Word als niet lukt wat hij of zij wil. Leren werken met Word is een verhaal apart. Met het Word-sjabloon voor een werkstuk kan de leerling die weinig van Word weet zich voornamelijk op de inhoud van het werkstuk concentreren.



Gelabeld met ICRA © 2017 Femda B.V.
Alle rechten voorbehouden. Gepubliceerd: 8 januari 2017. Laatste aanvulling of wijziging: 13 januari 2017.